Logopediepraktijk Carine van Aalst-Becx Schijndel


 

 

Logopediepraktijk
Carine van Aalst-Becx

Steeg 6h
5482 WN Schijndel

Tel. 073 - 54 96 708

contact@bonnier­logopedischcentrum.nl



Lid NVLF / Kwaliteitsregister / DTL-proof

Voorleestips

Top Tien inzendingen Nationale Voorleesdagen

gepubliceerd: dinsdag, 14 februari 2017
Voorleestips

Tijdens de Nationale Voorlees­da­gen vroeg de Neder­landse Vereni­ging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) naar de beste voorleestip. Uit alle inzen­dingen zijn tien win­naars gekozen. Zij kregen een boek uit de Prenten­boek TopTien.

1) Marcs grote gevaar­lijke tan­den

Dit is een gewel­dig voorlees­boek. Het is grappig, ontroerend en spannend voor alle leeftij­den, jongen of meisje. Er wordt rijke taal gebruikt, mooie woor­den wor­den aangebo­den in prach­tig zins­ver­band. Er wor­den zinnen gebruikt met voegwoor­den die je niet vaak hoort. Daardoor zou het ook geschikt zijn voor kin­de­ren met TOS.

Sandra Smits

2) Het opvrolijkvogeltje

Een heel leuk boek over een vogeltje dat alle dieren opvrolijkt. Alleen als ie­der­een opgevrolijkt is, is hij moe. Zo moe... en wat heb je dan nodig? Juist opvrolijkvogeltjeopvrolijkvogeltjes. Mijn kin­de­ren vin­den het boek erg leuk! En zelfs mijn eigen­wij­ze peuter van twee jaar kan ik na een driftbui met dit boek echt opvrolijken.

Mw. H.S.D. Kardol

3) Gebruik hand­poppen

Maak gebruik van leuke hand­poppen om je verhaal nog leuker en in­ter­ac­tie­ver te maken, speel het verhaal samen met het kind na met de hand­poppen of neem ieder een rol! Zet de iPad in, er zijn leuke apps bij boeken waardoor het kind lan­ger in het verhaal blijft na het lezen en bij­voor­beeld het verhaal nog eens kan horen met in­ter­ac­tie­ve beel­den (bij­voor­beeld het boek ‘Fiet wil rennen’).

Barbara Vriens-Boetekees

4) We hebben er een geitje bij!

Het boek ‘We hebben er een geitje bij!’. Het boek is mooi vormge­ge­ven, herken­baar en kan goed gebruikt wor­den om de woor­den­schat te oefenen.

Eva van Caspel

5) Gebaren of gelui­den bij veel voor­ko­mende woor­den

Toen ik tij­dens de voorlees­da­gen op basis­scho­len en peuterspeelzalen ging voorlezen, moest ik nadenken over een in­ter­ac­tie­ve manier die bruik­baar is voor een grote groep. Ik koos ervoor de kin­de­ren een aantal gebaren aan te leren die in het verhaal voor­ko­men. Iedere keer als ik dat woord zei mochten de kin­de­ren het bijpassende gebaar maken. De kin­de­ren en leer­krachten deden en­thou­siast mee en er zijn tal van variaties en spelele­menten mee te bedenken, dus mijn tip is: selec­teer ongeveer drie veelvoor­ko­mende woor­den uit het verhaal. Bedenk bij ieder woord een gebaar (of een geluid). Gebruik de gebaren (gelui­den) elke keer als je het woord zegt tij­dens het voorlezen.

Rebecca van Zwol- van Dusschoten

6) Het kind in het verhaal betrekken

Mijn zoontje van twee vindt het erg leuk als hij zelf in het verhaal wordt betrokken. Een voor­beeld: ‘op het plaatje loopt Dikkie Dik over een waslijn’ en dan vraag ik eerst: ‘Zou Wout over het lijntje kunnen lopen? Zou mama.. etc. Nou Dikkie Dik gaat het proberen...’ Zo maak je het voorlezen nog inte­res­santer en heb je meer interactie tij­dens het voorlezen.

7) Begin aan de buiten­kant van het boek

Het voorlezen begint al aan de buiten­kant van het boek. Wat zie je op de kaft? Waar zou het verhaal over gaan? 

Lotte Pultrum

8) Aandacht

De aller­be­langrijkste tip vind ik: heb aan­dacht voor het kind/de kin­de­ren die je voorleest! 

Jolien te Walvaart

9) De woor­den spreken van een ander

Voorlezen is heer­lijk. Voorlezen is niet opeens iets anders gaan doen met een bij­zon­der toontje. Voorlezen is gewoon spreken, ver­tellen dus, maar dan met de woor­den van een ander: de schrijver van het boek! Die heeft diep nage­dacht en prach­tige, spannende zinnen opge­schre­ven en door ze te ver­tellen, wordt het allemaal levensecht.

Mia Verhagen

Voorlees Challenge

Allemaal meedoen met de Voorleeschallenge die ik heb bedacht. Er doen al ruim 3000 kin­de­ren mee! Op www.voorleeschallenge.nl vindt u meer in­for­ma­tie.

Willemijn Alberts